Artikelen

Het Ganzemeer bij Bakkeveen


What’s in a name’ is een bekend citaat van Shakespeare, waarmee hij bedoelde dat het niet de naam is die belangrijk is, maar datgene wat erachter schuilgaat.

Vertaal je dit begrip naar het tegenwoordige computertijdperk, dan zou je kunnen spreken van links… Oftewel wat wordt er aan de naam gelinkt?
Vandaar dat ik hieronder een aantal links naar het Ganzemeer plaats, het zogenaamde meer wat vlak onder Bakkeveen ligt.

 

QR-code Ganzemeer

Een werkgroep uit Bakkeveen en Wijnjewoude is een project gestart om naambordjes met achtergrondinformatie bij oude wyken, lanen en andere landschapselementen te plaatsen.

In totaal worden er 50 palen met bordjes geplaatst in een gebied van Allardsoog tot aan de Wijnjeterper sluis.
Begin september 2025 zijn de eerste 28 palen door de werkgroep geplaatst, de rest volgt.
De naambordjes in landelijke stijl zijn naar mijn mening een fraaie en nuttige aanwinst voor de omgeving.
Op de palen zijn plaatjes met een QR-code aangebracht die achtergrondinformatie geven over de plek waar je staat. Echter, die QR-codes functioneren nog niet naar behoren, omdat de juiste informatie nog ingevoerd of aangevuld moet worden.
Dat is ook het geval bij het Ganzemeer. De paal met naambordje en QR-code staat er, maar de enigste informatie die de QR-code tot nu toe oplevert is: Pingo!
De werkgroep doet dan ook de oproep dat als je interessante of historische informatie over een wyk, laan of landschapselement weet, om dit aan hen door te geven. Dat kan via:

Via www.bakkeveen.nl/qr kun je een overzicht vinden van alle lanen, wyken en landschapselementen in Bakkeveen. Voor Wijnjewoude is dat: www.wijnjewoude.net/qr

 

Vrijwilligers bezig met het plaatsen van de naambordjes
 

Pingoruïne

Wat blijkt? Het Ganzemeer is helemaal geen Pingo, zoals op de hierboven genoemde QR-code staat, maar een Pingoruïne.

Het verschil tussen een Pingo en Pingoruïne wordt door Roel v.d. Brug duidelijk uit de doeken gedaan in een artikel op de website van de Natuerferiening Bakkeveen, waaruit het volgende citaat is:

“Na de Saalien ijstijd is het ca. 20.000 jaar warm geweest (het relatief warme Eemien), zelfs warmer dan nu. Daarna zakte de temperatuur weer. Van de laatste ijstijd, (Weichselien) vinden we ook sporen in onze omgeving hoewel het ijs niet tot hier komt.

De gemiddelde jaartemperatuur daalde behoorlijk. Dit had tot gevolg dat bossen verdwenen en plaats maakten voor een toendra-begroeiing. Tijdens de extreem koude fasen was het hier zelfs een poolwoestijn. Met ups en downs duurde deze barre periode tot 14.650 jaar geleden. Tijdens deze laatste zeer koude periode zijn de Pingo’s ontstaan. Een pingo is een heuvel die ontstaan is doordat een ondergrondse ijslens aangroeit, gevoed door grondwater dat de bodem heeft opgedrukt. Die grond glijdt er tijdens het smelten vanaf en blijft liggen als een ringwal, met in het midden een kratervormig gat, gevuld met water (= een pingo ruïne). 

 

 

 

Het Ganzemeer onder Bakkeveen is één van de grootste in onze omgeving, de boerderij staat op de ringwal en ook de weg loopt gedeeltelijk over de ringwal. Op de AHN-hoogte kaart duidelijk zichtbaar.

Pingoruïnes vinden we voornamelijk terug in het noorden en oosten van ons land. In de Duurswouderheide zijn er verschillende te zien.
Tegenwoordig zijn nog echte pingo's te vinden in koude gebieden als Alaska, Canada, Groenland en Siberië. “Zie voor het hele artikel: https://www.natuur-bakkeveen.nl/bakkeveen_en_omgeving

Het is wel opvallend, dat men in de volksmond bijna nooit van pingoruïne spreekt.
Men zegt meestal ven, dobbe, pingo of zelfs meer(tje) als het feitelijk een pingoruïne is.
Zou de reden daarvan kunnen zijn dat Pingoruïne lastiger in de mond ligt?

 

Poldermolen


In de Nederlandse Molendatabase (www.molendatabase.nl) vond ik een link naar een poldermolen bij het Ganzemeer in Bakkeveen.

Deze Spinnenkopmolen die eveneens de naam Ganzemeer droeg, werd er in 1826 geplaatst en was voor 1887 alweer verdwenen. Op het bijgevoegde kaartje wordt aangegeven waar de molen ongeveer stond volgens een oude tekening in de molendatabase.
In de 18e eeuw ging men de venen ontginnen. Ten tijde van die ontginning kreeg het dorp Bakkeveen, ca. vanaf 1732, zijn huidige vorm langs de vaart.
In de 19e eeuw werden er stroken landerijen (ca. 400 m. diep) aan weerszijden van de vaart in cultuur gebracht. Landerijen die verder van de vaart lagen veranderden weer in heide.
Als we dan vervolgens met sprongen door de tijd gaan, zien we dat ook de resterende heide grotendeels tot landbouwgrond ontgonnen werd en dat er cultuurbossen werden aangeplant.
De ruilverkaveling it Keningsdjip zorgde halverwege de 20e eeuw voor een behoorlijke herinrichting van het ons omringende landschap.

In de 19e eeuw waren er overigens meer poldermolens in de omgeving van Bakkeveen te vinden. Zo stond er ook eentje aan het Âld Djip (= Koningsdiep) en dat is in hetzelfde gebied waar men nu voor o.a. waterberging, water in terug wil laten stromen.
Hiervoor is een herinrichtingsplan ontwikkeld, waarmee men op korte termijn van start wil gaan.
zie: https://www.bakkeveen.nl/2025/10/koningsdiep-wordt-opnieuw-ingericht/

 

Het huidige Ganzemeer, wat vroeger ongetwijfeld groter is geweest.
 

Ganzen

Het is niet moeilijk te raden waar het Ganzemeer zijn naam aan te danken heeft…

Deze pingoruïne op de hoek van de Biskop en Nijefeansterwei onder Bakkeveen is namelijk een gewilde pleisterplaats voor allerlei soorten ganzen.
En dat is het al van oudsher, gezien het feit dat de naam Ganzemeer al in 1826 op een oud kaartje voorkomt. Of de naam nog verder teruggaat in de geschiedenis heb ik niet kunnen achterhalen. Maar het zal me niet verbazen als dit het geval is.

Wat voor ganzen worden er tegenwoordig zoal bij het Ganzemeer aangetroffen?

Met deze vraag ging ik naar vogelkenner Koert Scholten, die mij het volgende vertelde:
Het Ganzemeer en omgeving herbergt vooral in het winterhalfjaar Kol-, Toendrariet- en Grauwe ganzen. Bovendien vaak enkele tientallen Canadese ganzen. Ook zitten er wel eens Nijlganzen.
De aantallen variëren.
In de zomer zijn er altijd wel Grauwe ganzen te zien, zo ongeveer 50 – 80 stuks en idem dito Canadese ganzen tot maximaal 30 stuks.
De aantallen Kolganzen in de winter komen soms wel op 200 stuks uit en de Toendrarietgans tot 150 exemplaren. Daarnaast zijn er overwinterende eenden. Wilde eend tot 100, Krakeend hoogste aantal 60 en Smient af en toe tot 100 stuks.
Een enkele keer zie je er wat Slobeenden, Kuifeenden, Wintertaling en zelfs incidenteel een Grote Zaagbek, Brilduiker en Nonnetje. Ook zitten er bij tijd en wijle Aalscholvers.

 

Toendrarietgans (voor) en Kolgans (achter)

Er valt regelmatig wat te zien in-en rondom het Ganzemeer, het is zeker een kijkje waard.

Zelf vind ik het vooral leuk wanneer de Toendrarietganzen er weer neerstrijken.
De Toendrarietganzen -en ja de naam zegt het alweer- broeden op de toendra’s van Rusland en Siberië. De voorhoede van de Toendra’s arriveert hier in oktober, de rest in november en ze vertrekken in februari of uiterlijk maart (bij koude winters). Foeragerend worden ze vaak op landbouwgronden met oogstresten gezien.

Tot zover het gelink over het GANZEMEER… een naam waarachter van alles schuilgaat… (om enigszins met Shakespeare te eindigen).  

 
Dirry Rietveld / januari 2026

« terug naar overzicht artikelen